Mag het een onsje minder?
Afval als restproduct van onze samenleving, het is een uitdaging waar velen mee bezig zijn. De afvalbranche is dan ook een belangrijke bedrijfstak, wereldwijd. En wij van Omrin noemen het bewust een uitdaging en niet een probleem, ondanks dat de hoeveelheid afval wereldwijd nog steeds toeneemt. Afval zien wij namelijk als een grondstof voor nieuwe producten en als een bron voor energie. De kringloop rond maken, dat is toch een uitdaging?
In 2009 zamelden Nederlandse gemeenten per inwoner 556 kilo huishoudelijk afval in, 81 kilo gft-afval en 66 kilo papier en karton. De komende tien jaar neemt die hoeveelheid toe. "Veroorzaakten" de inwoners en bedrijven in Nederland in 2006 nog 60 megaton afval, verwacht wordt dat dit in 2021 is opgelopen tot 73 megaton. Het aandeel van consumenten daarin neem fors toe: van 9,1 megaton in 2006 tot 12 megaton in 2012. Waarom deze cijfers? Om te laten zien dat bedrijven als Omrin de komende jaren een stevige uitdaging staat te wachten. Maar ook om maar aan te geven dat het best wat minder mag.
Omrin (Afvalsturing Friesland) verwerkt ieder jaar al vele honderden miljoenen kilo's afval, in diverse afvalstromen. Dat gaat in grote hoeveelheden: 400 milljoen huishoudelijk afval, 25 miljoen kilo afgedankt elektronisch en elektrische apparatuur, zeventig miljoen kilo gft-afval, dertien miljoen kilo glas, 45 miljoen kilo oud papier en zeven miljoen kilo oud ijzer. En dan laten we nog vele afvalstromen achterwege. Veruit het grootste deel van deze stroom afval maken we geschikt voor materiaal- of producthergebruik. Maar wij maken we er ook 17 miljoen kuub biogas van en geven 2.500 ton goederen een tweede leven via onze kringloopwinkels. Zo'n 200.000 ton kilo afval is niet herbruikbaar en moet verbrand worden, nu nog elders, vanaf 2011 gaan wij dat in Harlingen in onze Reststoffenergiecentrale doen.
Omrin (Afvalsturing Friesland en Fryslân Miljeu gezamenlijk) heeft een omzet van € 110 miljoen en geeft werk aan 450 medewerkers.