In de REC worden voortdurend de luchtemissies van stoffen gevolgd en geregistreerd. Om een objectief antwoord te krijgen op de vraag of de luchtemissies in de omgeving effect hebben op mens en milieu wordt een zogenaamd biomonitoringsprogramma uitgevoerd. Bij biomonitoring worden spinazie, boerenkool, gras, koemelk en kalkpapier gebruikt als 'verklikkers' van een te hoge uitstoot aan stoffen.

In opdracht van LTO Noord voert Plant Research International, een onderdeel van Wageningen Universiteit, het biomonitoringsprogramma uit. Dit programma is gelijk aan die zij gebruikt voor de biomonitoring bij de afvalverbrandingsinstallaties in Alkmaar en Wijster. Van de gebruikte gewassen is bekend dat zij zeer gevoelig zijn voor stoffen die bij afvalverbranding kunnen vrijkomen: cadmium, kwik, PAK's, dioxinen, PCB's en fluoriden.
Op een vijftal locaties in de regio Harlingen zijn in het voorjaar van 2010 meetpunten ingericht waarin bakken met gewassen zijn geplaatst: vier van deze meetpunten bevinden zich in de directe invloedssfeer van de REC, het vijfde meetpunt bevindt zich buiten de invloedssfeer van de REC en dient als referentielocatie. De melkmonsters worden genomen bij melkveehouderijen in de invloedssfeer van de REC.
Plant Research International verzorgt de volledige monitoring, inclusief bemonstering en de analyse en interpretatie van de metingen. De rapportages worden op deze site gepubliceerd. De resultaten van de in 2010 uitgevoerde nulmetingen worden binnenkort door LTO Noord bekend gemaakt.
In onderstaande tabel wordt aangegeven hoe de biomonitoring wordt uitgevoerd.
|
Gewas/product
|
Component
|
Periode
|
Frequentie
|
|
Spinazie
|
Cadmium, kwik, PAK's
|
Voorjaar en zomer
|
5 x p.j.
|
|
Boerenkool
|
Cadmium, kwik, PAK's
|
Herfst en winter
|
3 x p.j.
|
|
Koemelk
|
Dioxinen, PCB's
|
Voorjaar en zomer
|
2 x p.j.
|
|
Gras
|
Fluoriden
|
Gehele jaar
|
13 x p.j.
|
|
Kalkpapiermetingen
|
Fluoriden
|
Gehele jaar
|
13 x p.j.
|